Zweefvliegen in Bloeyendaal

|Zweefvliegen in Bloeyendaal
Zweefvliegen in Bloeyendaal2018-11-08T14:05:19+00:00

Zweefvliegen in Bloeyendaal (juni 2011)

Als je tijdens het wandelen opeens een vlieg boven het pad in de lucht stil ziet staan, af en toe ziet wegschieten om dan op ongeveer dezelfde plek terug te komen, dan is dat een zweefvlieg. Maar weinig andere insecten kunnen dat. In het vroege voorjaar doen wolzwevertjes dat kunstje: dat zijn wél vliegen maar geen zweefvliegen. Een plek waar je zweefvliegen vaak kunt zien is op de berenklauw. Die zit soms vol met bijvliegen, een soort zweefvlieg die erg sterk lijkt op de gewone honingbij. Het lijken op andere soorten in de hoop niet aangevallen te worden, wordt mimicry genoemd. Zweefvliegen zijn daar erg goed in, ze lijken op bijen, wespen en hommels, ook in gedrag en manier van vliegen, maar hebben  geen angel om te steken.

Hoewel ze hun best doen op stekende insecten te lijken, zijn er voor het blote oog duidelijke verschillen. Zweefvliegen hebben maar één paar vleugels (bijen hebben twee paar, meestal zijn die aan elkaar gehaakt, dus is het niet altijd goed te zien), hebben ronde ogen in plaats van langwerpige, missen de zogenaamde wespentaille, en hebben relatief korte antennes op de kop. Met enige oefening zijn die laatste twee kenmerken in het veld goed te zien.

Zweefvliegen houden van zon en bloemen, maar niet van wind. Op de bloemen van braamstruiken zijn er altijd wel een paar te vinden. Eén groep, de bladlopers, zit liever op bladeren. Ze zijn grotendeels zwart, maar hebben vaak een deels rood achterlijf. Bladlopers bewegen wat zenuwachtig trillend, net als de graafwespen waar ze op lijken. Een duidelijk herkenbare is de ivoorzweefvlieg, ook wel witte reus geheten. Hij ‘staat’ vaak een paar meter boven een pad waardoor de deels witte onderkant te zien is. Deze soort legt eieren in ondergrondse wespennesten. De larven eten daar afval en dode wespenlarven.

Alle bloemen waar zweefvliegen op afkomen zijn ondiep en simpel gebouwd. Door hun korte tong kunnen ze overweg met diepe bloemen als van dovenetels, ratelaars of silenes. Op boterbloemen zitten vaak gitjes, kleine zwarte zweefvliegjes die op vliegen lijken.

Wanneer de akker op Bloeyendaal, zoals nu, vol staat met kamille en andere bloemen, gonst het er van de zweefvliegen. Vooral veel langlijfjes, ongeveer een centimeter lang met een erg smal achterlijf, en pendelzweefvliegen, herkenbaar aan een gestreept borststuk. Van al deze groepen vliegen er verschillende soorten rond in Bloeyendaal. Helaas zijn ze in de vlucht niet goed tot op de soort te onderscheiden, en je moet ze vangen om wat subtielere verschillen te zien. De groepen zijn wel duidelijk te herkennen, ook aan hun gedrag.

Nienke Wortelboer