De historische wortels van Bloeyendael

|De historische wortels van Bloeyendael
De historische wortels van Bloeyendael2018-11-08T14:25:52+00:00

De historische wortels van Bloeyendael

Waar komt de naam Bloeyendael vandaan? Deze vraag is extra interessant in het licht van eerdere plannen om een te bouwen villapark ten noorden van het viaduct over de Biltse Straatweg dezelfde naam te geven. De naam Bloeyendael is eeuwenlang  verbonden aan een buiten dat zich (deels) in het noordelijk deel van het huidige park bevond.

De Biltse Straatweg werd aangelegd in 1290, dwars door een grondgebied dat de Biesfelt werd genoemd en dat zich aan beide zijden van de straatweg uitstrekte. Ten zuiden van deze toen nog smalle weg, bij de aftakking naar de Hoofddijk (de latere Oostbroekselaan), stond een herberg met de naam ‘De grote Biesbosch’. De naam verwijst naar de laaggelegen en dus natte gronden waarop de herberg stond. Deze herberg werd in de eerste helft van de 17de eeuw verbouwd en ging toen ‘Bloemendal’ heten. De omschrijving  in een koopakte uit 1660 luidt:  een `seekere huysinge ende hof´ gelegen ´aen de Zuydsijde van de Steene Straet`. Het huis stond schuin tegenover het toenmalige Melaten- of Lazarushuis, een ziekenhuis voor melaatsen, op de plaats van het latere en in 1976 afgebrande café – restaurant ’t Kalfje.
De naam Bloeyendael wordt in historische documenten verschillend geschreven, waaronder Bloemendal, Bloeiendaal, Bloeyendal.

In de 18de eeuw telde het huis één verdieping met een schilddak. Een poortgebouw gaf uit op de Biltse Grift. Bij het huis hoorde een grote omhaagde tuin met prieel, beelden, schuur en (vrucht)bomen.

Groenestein
De naam Biesbosch is inmiddels overgegaan op een huis ten noorden van Bloeyendael, ook aan de Straatweg gelegen, dat waarschijnlijk ook als herberg fungeerde. In 1646 wordt op deze plaats een  huis gekocht door Jonker Gerard Ploos van Amstel onder de naam Groenesteijn. Deze buitenplaats (zoals woonhuizen buiten de stad werden genoemd) was 1 ¼  ha groot, met bijgebouwen, tuin, vijver boomgaarden en landerijen.

Begin 19de eeuw is Joost Rudolph Burlage eigenaar geworden van Bloeiendael, dat hij aanzienlijk uitbreidt door 3,5 hectare grond aan te kopen aan de overzijde van de straatweg, waar nu de Voorveldse polder ligt. In 1822  koopt hij ook het naastgelegen Groenestein, waarvan de naam dan niet meer wordt gebruikt.

Uit een afbeelding uit 1828  blijkt het huis Bloeiendael verbouwd te zijn tot een landhuis in de (oorspronkelijk Franse) Empirestijl, en is het poortgebouw verdwenen.

In 1838 wordt Bloeiendael gekocht door Hendrik Wesseling. Kort tevoren is er een verdieping op het huis gebouwd. De oppervlakte van de buitenplaats bedraagt  dan 11,5 hectare, waarvan 9 hectare weideland aan de noordzijde van de Biltsestraatweg.

Van buitenplaats naar park

In 1868 laat de laatste erfgenaam H. Wesseling het huis afbreken. De grond wordt eerst gebruikt als ‘bleekerij’, een plaats waar wasgoed te bleken werd gelegd. Daarna wordt er een gladiolenkwekerij gevestigd onder de naam Bloeyendael. Vervolgens komen er volkstuinen voor in de plaats, die in 1975 worden verplaatst naar de Oostbroekselaan.

Door de verbreding van de straatweg in 1936 verdwenen de sporen en resten van het huis onder het asfalt. Een deel van de vroegere tuin is nu onderdeel van het park, dat in de winter van 1975/1976 werd aangelegd naar een ontwerp van landschapsarchitect Hans Pemmelaar. Het nieuwe park kreeg het karakter van een grote buitenplaats, waarin de bestaande elementen als sloten en grondprofielen werden opgenomen. Zo leeft de historie verder.

Paul Brassé