Katjes nader bekeken

|Katjes nader bekeken
Katjes nader bekeken2018-11-19T17:05:18+00:00

De hazelaar en els behoren tot de vroege bloeiers van de Nederlandse flora. Afhankelijk van de gemiddelde temperaturen in de winterperiode bloeit de hazelaar soms al in januari. De els doet daar weinig voor onder en is meestal enkele weken later. Met hun opvallende, mannelijke katjes zijn zij voorbodes van de naderende lente en spreken samen met de sneeuwklokjes tot de verbeelding van de wandelaar. Katjesdragers zijn eenhuizige planten. Dit wil zeggen, dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant voorkomen. Behalve bij de wilgen die tweehuizig zijn. De manier waarop de afzonderlijk bloemen op een plant zijn gerangschikt, noemt men in de plantkunde de bloei-wijze (bv. tros, aar, scherm). Een katje is een bloeiwijze met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke bloemen. Hierbij staan de afzonderlijke bloemen kort gesteeld of zittend langs een relatief lange hoofdas. Echte bloembladen ontbreken, maar de bloemen staan wel in de oksel van een schutblad. Dit schutblad kan duidelijk in vorm verschillen bij de diverse soorten en ook bij de beide geslachten. De mannelijke katjes zijn vaak hangend en steken min of meer uit buiten de plant. Mannelijke katjes vallen af na de bloei.

De meeste katjesdragers zijn – met uitzondering van de wilgen die door insecten worden bestoven – windbloeiers, dat wil zeggen dat zij voor hun bestuiving zijn aangewezen op de wind.

Links mannelijke en rechts vrouwelijke katjesbloem. Schematisch naar R.D. Meikle, 1984

Het stuifmeel is dan ook licht en niet kleverig, zodat het gemakkelijk door de wind kan worden meegenomen. De kans dat hierbij het stuif-meel op de stempel van een vrouwelijke katjesbloem van een soortgenoot elders komt, is klein. Daarom produceert de plant grote hoeveelheden stuifmeel. Als de mannelijke katjes pas bloeien, kan men bij een plotselinge windvlaag een wolk stuifmeel uit de beweeglijke katjes zien vrijkomen. Een fraai gezicht, maar vervelend voor mensen met een pollenallergie.

De vrouwelijke katjes zijn vaak wat moeilijker te zien. Bij de hazelaar zijn de vrouwelijke katjes ongesteeld en zitten als kleine “knoppen” aan de eindtwijgen van de takken. Opvallend tijdens de bloei zijn de twee uitstekende donkerrode stijlen van de stamper. Bij de els staan de vrouwelijke katjes ook aan de uiteinden van bloeiende takken en vaak wel dichtbij mannelijke katjes. De vrouwelijke elzenkatjes zijn enkele millim

eters groot, groen, min of meer eirond en kort gesteeld. Zij groeien later uit tot de bekende elzenproppen. In de winter zijn de rijpe elzenproppen vanwege de zaden aantrekkelijk voor onder meer sijsjes. De vruchten van de hazelaar worden graag verzameld en gegeten door muizen en onze eekhoorn. (Theo de Ronde)