Essentaksterfte in Bloeyendael

De veroorzaker van de essentaksterfte, die bijna altijd leidt tot de dood van de aangetaste es, komt  oorspronkelijk uit Azië. De eerste meldingen dateren uit de jaren negentig toen de ziekte o.m. werd waargenomen in Polen. In de jaren daarna heeft de ziekte zich gestaag verspreid over Europa.
In Nederland is de ziekte al aanwezig in 2010. De laatste jaren is zij sterk toegenomen, ook in Bloeyendael.
De ziekteverwekker is de parasitaire schimmel Hymenoscyphus fraxineus, het vals essenvlieskelkje. Voortplanting en verspreiding geschieden door middel van sporen. De infectie ontstaat door kiemende
sporen die het blad binnendringen. Hier groeit de schimmel verder via de nerven en de bladsteel in de levende
bast van twijgen en jonge takken en verder van de grote takken en uiteindelijk de hele kroon. De aangetaste delen sterven aanvankelijk deels maar later geheel af. De eerste symptomen na de infectie
van het blad bestaan uit kleine vlekkerige en lichte verkleuringen gevolgd door bruinachtige verkleuring van de nerven. De aangetaste delen verdrogen en sterven af. Bij twijgen en takken kan men na aantasting van de bast een typische vorm en bruine kleur van de “ingevallen” bast zien. Later worden de dode plekken donkerder en nemen de stervende takken snel in aantal toe. DeAfbeeldingsresultaat voor essentaksterfte boom is niet meer te redden en binnen een paar jaar verleden tijd. Oudere bomen kunnen zich soms deels herstellen, maar uiteindelijk leggen zij het ook af tegen de parasiet. De vrees bestaat dat meer dan 95% van de gewone essen zal verdwijnen!
Alle essensoorten blijken gevoelig tot zeer gevoelig voor de schimmel. Er loopt onderzoek in Denemarken, Duitsland en Nederland. Daarbij vond men in zaailingpopulaties van de gewone es, dat 1­2% van de bomen sterk verminderd vatbaar is. Dit biedt mogelijk hoop voor de toekomst. De onderzoekers kijken nu uit naar nog gezonde essen in de aangetaste gebieden. Voor onderzoek naar mogelijke resistentie en om een zo groot mogelijke “pool” van weinig vatbare bomen te selecteren, opdat een hoge genetische diversiteit is gewaarborgd.
Niemand wil de gewone es missen in het Nederlandse landschap vanwege zijn belang voor de biodiversiteit, als gewaardeerde gebruiksboom en als een karakteristieke boom in het cultuurlandschap.
Theo de Ronde